Kruimelpad
wijngerechten

Gerechten bij wijnen

Er is een enorme variatie in lekkere wijnen bij Lidl. Maar welke wijn drink je nu bij welk gerecht? Voor veel mensen is dit een prangende vraag. Je wilt je vrienden toch ook graag verrassen met een heerlijke Lidl wijn die past bij het gerecht dat je serveert? Hieronder vind je per smaakprofiel enkele spijs suggesties.

Fris

Steekwoorden: toegankelijk, verfrissend, smaakopwekkend, aperitief, frisse gerechten
Druiven: grüner veltliner, pinot grigio, sauvignon blanc, riesling, verdejo, albariño
It’s all in the name… Fris is misschien wel de meeste herkenbare smaakcategorie voor wijn omdat het mensen direct een idee geeft hoe een wijn smaakt. Frisse wijnen hebben fijne zuren en vaak smaken van fris fruit zoals citrus of groene appel. Naast de frisse smaken hebben deze wijnen dikwijls een lichter smaakgehalte. Zuren in wijn, maar ook in gerechten, hebben een positief effect op je eetlust en zorgen dat je zin krijgt in nog een slok of nog een hap van een gerecht. Hierdoor zijn deze wijnen perfect te gebruiken als aperitief, bij de borrel of bij lichte en frisse voorgerechten zoals de zalm met citrus. Frisse wijnen komen vaak het beste tot zijn recht bij een frisse schenktemperatuur tussen de 8 en 10 graden Celsius.

Frisse wijn

Vol

Steekwoorden: rond, milde zuren, rijp fruit, allemansvriend, maaltijdbegeleider
Druiven: chardonnay, viognier, roussanne, marsanne, pinot gris, gewürztraminer
“Deze wijn is vol van smaak” of “deze wijn heeft een vol karakter” zijn zinnen die je wel vaker hoort over witte wijnen. Maar wanneer is een wijn nu vol? Van wijnen binnen deze categorie kun je zeggen dat de zuren minder aanwezig zijn, de smaakvolumeknop vol aanstaat en de wijnen laten een heel licht vettig gevoel achter in je mond. Dit volle karakter kan komen door de gebruikte druiven, het klimaat waar de wijn vandaan komt of rijping op eikenhouten vaten. Volle wijnen vragen om gerechten met volle smaken en een vettig mondgevoel zoals de ‘coq au vin’ of romige kazen. Serveer deze wijnen ook op een hogere temperatuur tussen de 11 en 13 graden Celsius.

Volle wijn

Soepel

Steekwoorden: lichtvoetig, roodfruit, zacht, borrel, lichte gerechten
Druiven: pinot noir, merlot, zinfandel, grenache
Binnen deze categorie vallen rode wijnen die vaak worden omschreven als lichte rode wijnen. Rode wijnen die je perfect kunt gebruiken om koeler (15-16° Celsius) te serveren tijdens een warme nazomer dag of bij lichte en frisse vleesvoorgerechten zoals een carpaccio of fajita’s. Typisch aan wijnen uit de categorie soepel is dat deze wijnen niet veel tannines hebben en hierdoor geen drogend mondgevoel geven. Je proeft wel duidelijk veel (rood)fruit in deze wijnen. Dit komt door de manier waarop soepele wijnen worden gemaakt, doorgaans kiest de wijnmaker ervoor om de wijnen niet op eikenhouten van te laten rijpen.

Soepele wijn

Stevig

Steekwoorden: krachtig, complex, donker fruit, structuur, stevige gerechten
Druiven: cabernet sauvignon, malbec, syrah, tempranillo, sangiovese, nebbiolo
Een groot gedeelte van de rode wijnen valt binnen deze categorie. Wijnen uit een warmer gebied met een krachtige smaak en hoger alcoholpercentage zoals een Amarone della Valpolicella of Châteauneuf-du-Pape. Maar ook wijnen met stevige tannines zoals een Médoc, Barolo of een Rioja horen in deze categorie. Bekende druiven met een hoog tannine gehalte zijn cabernet sauvignon, tempranillo en nebbiolo. Deze stevige tannines zorgen ervoor dat je mond een beetje opdroogt. Hierdoor hebben wijnen vaak een stevige structuur, maar ook een rijk karakter. Stevige wijnen komen daarom het beste tot zijn recht bij gerechten met stevige smaken met vet zoals de varkenhaasrolletjes met spek of pittige kazen. Serveer deze wijnen rond de 18° Celsius.

Stevige wijn

Rosé

Steekwoorden: vriendelijk, terras, sappig fruit, gezelschap, lichte gerechten
Druiven: grenache, syrah, cinsault, pinot noir
Er zullen zeker wijndrinkers zijn die deze categorie over zullen slaan, omdat het voor hen vlees noch vis is. Dit heeft vooral te maken met het verleden toen wijnmakers rosé er maar ‘een beetje bij’ deden. Tegenwoordig is dit anders en worden er door verandering binnen de wetgeving en gemoderniseerde kelderapparatuur betere rosés gemaakt en zijn er aantal streken die zich hebben gespecialiseerd in het maken van rosé wijnen. Het beste voorbeeld zijn de rosés uit de Provence. Naast de Provence worden er in meerdere streken goede rosés gemaakt zoals de Loire, soms met een klein zoetje zoals de Rosé d’Anjou. In de Zuid-Rhône worden krachtige en donker gekleurde rosés gemaakt. De volgende regel is leidend: hoe lichter de kleur, hoe soepeler de rosé, hoe koeler deze geserveerd mag worden. Serveer rosé tussen de 8 en 14 graden Celsius.

Rosé wijn

Zoet

Steekwoorden: filmend, fruit, balans, verleidelijk, nagerechten
Druiven: moscato, riesling, sauvignon blanc, muscadelle, semillon
Wie begint met wijn drinken begint meestal met zoete wijnen of dessertwijnen. Eerst heel zoet, dan halfzoet en dan daarna… daarna wil men soms nooit meer in contact komen met zoete wijnen, zonde! Het geheim van een goede zoete wijn of dessertwijn is de balans tussen het zoet (restsuiker) en de zuren. De pinot gris uit de Elzas is een goed voorbeeld, want ondanks het restsuiker komt deze wijn droog over, dit komt door de frisheid die zorgt voor balans. Hierdoor past deze wijn niet alleen goed bij de perenclafoutis, maar bijvoorbeeld ook bij hartige gerechten zoals Coq au Vin of mooie kazen. Let wel op de serveertemperatuur bij zoete wijnen. Het beste is om deze rond de 7 en 9 graden Celsius te serveren, want hoe koeler de serveertemperatuur hoe frisser de wijn smaakt.

Zoete wijn