Kruimelpad
wijn proeven

Het proeven van een wijn

Snufje kaneel, toets van groene appel en hint van perzik. Vroeger was ik jaloers toen ik klasgenoten al deze termen hoorde zeggen. Want wat ik proef ik nu? En hoe proeven zij dat?

Wat belangrijkste is bij proeven van een wijn is niet wat je proeft maar hoe je de wijn proeft. Veel mensen focussen zich voornamelijk op de specifieke smaken en niet op het geheel. Want hoe is de smaak, is deze aanwezig en is deze fris zurig of juist rijp? En hoe voelt een wijn in de mond; is deze zacht, filmend of toch strak? Deze kenmerken zijn voor iedereen waarneembaar en door je hier aan vast te houden kom je er ook sneller achter wat je smaak is en welke wijn je lekker vindt.

Wijnproeven op de juiste manier

Voordat het proeffeest echt gaat beginnen serveer je de wijn natuurlijk in een goed wijnglas met een kelk en een steel. De beste manier om de wijn te proeven is de wijn aan de steel vast te houden. Bij het professioneel proeven van wijnen let je op ontzettend veel zaken waaronder ook de kleur. Bij het proeven thuis voor de beginnende wijndrinker richt ik mij op twee zaken; de geur en de smaak. Want deze twee bepalen welke wijn je lekker vindt en welke niet.

De geur

De geur is altijd één van de fijnste zaken van een goed glas wijn. Wanneer de wijn heel geurend of aromatisch is dan knalt deze het glas uit en wordt je echt verleidt om de wijn te proeven. Het is soms ook mogelijk dat je een (jonge) wijn ruikt die totaal niet geurend is en het lastig is om überhaupt een geur te herkennen. De beste manier om de wijn te ruiken is door je neus in het glas te stoppen maar niet te ver. Aroma’s van de wijn ruik je het best door je neus net in het glas of iets boven het glas te houden.

Allereerst ruik je de wijn in stilstand, dus de wijn hangt stil in het glas. Bepaalde geuren liggen boven op de wijn en zijn zo het beste te herkennen. Een goed voorbeeld hiervan is kurk. Wanneer een wijn is aangetast door kurk, dan is dit het beste te herkennen door de wijn in stilstand te ruiken.

De tweede stap is het walsen van de wijn. Dit kan door de steel in je hand te houden en deze zo te draaien dat de wijn gaat walsen in het glas. Lukt dit niet, zet dan je glas op tafel en draai het glas rond, je zult zien dat de wijn dan ook gaat walsen.

Een goede wijn bestaat uit verschillende geuren, door de wijn te walsen komen de geuren vrij. Al deze geuren samen heet ook wel een bouquet. Als je gaat ruiken let op de volgende zaken;

  • Hoe ruikt de wijn? Is deze zeer aanwezig en spat deze bijna uit het glas, is deze totaal niet aanwezig of misschien er tussen in?
  • Wat voor geur heeft de wijn? Hierin zijn twee typen geuren te herkennen:
    • Frisse geuren: bijvoorbeeld geuren van het voorjaar en zomer, zoals appel en citroen
    • Rijpe geuren: bijvoorbeeld geuren van de herfst en winter, zoals bos, boers en aarde.

Een witte wijn van de sauvignon blanc druif zal veel meer frisse geuren vertonen en ook veel meer aanwezig zijn in het glas. Wijn op basis van de syrah druif uit de Rhône in Frankrijk is juist wat meer ingetogen en zal veel meer rijpe geuren vertonen. Deze tweede stap is natuurlijk wat lastiger, maar probeer het gewoon. Hoe meer wijnen je proeft, hoe makkelijker je alles gaat herkennen!

Het proeven

Het leukste onderdeel van het beoordelen van een wijn. Het proeven bestaat uit drie onderdelen:

  1. De aanzet
  2. Het middenstuk
  3. De afdronk

De aanzet

De aanzet van de wijn is het moment dat de wijn je mond binnen komt en over je tong rolt. In eerste instantie denk je dat er op dat moment weinig gebeurt, maar het tegendeel is waar. Op het moment dat de wijn je mond binnenkomt en het puntje van je tong raakt, dan ontstaat er een reactie. Het geeft je meteen een beeld van de wijn: ‘Ow ja, met die soort wijn heb ik te maken!’. Een wijn kan heel zacht en als een warme deken aanvoelen, zoals bij zoete wijnen als rode Port. Of juist heel fris en strak, zoals bij witte wijnen met een hoge zuurgraad. Of misschien een beetje drogend bij rode wijnen die veel tannines hebben.

Het middenstuk

De naam zegt eigenlijk al genoeg dit is het gedeelte nadat de wijn binnen komt en voordat je hem doorslikt. Voor het maken van een wijn-spijs combinatie is het middenstuk het belangrijkste gedeelte. Het middenstuk bestaat uit drie facetten; mondgevoel, smaaktype en smaakgehalte:

  1. Allereerst probeer je te beoordelen hoe de wijn in je mond aanvoelt. Is deze zacht en filmend, zoals bij zachte volle rode wijnen? Of juist droog en strak, zoals bij frisse witte wijnen? De beste manier om hier achter te komen is door de wijn te laten rollen in je mond, door middel van het bewegen van je tong.
  2. Daarna is het belangrijk om er achter te komen wat voor type smaak de wijn heeft. Dit doe je door te slurpen; de wijn lucht te geven in je mond. Dit hoeft niet hard en lang, maar kan gewoon heel kort. Door dit te doen komen de aroma’s van de wijn vrij en zodoende kun je herkennen wat voor type smaak de wijn heeft.
  3. Als laatste beoordeel je het smaakgehalte. Hoe intens is de wijn? Sommige rode wijnen zijn vol en krachtig, waarbij de smaken zijn zeer duidelijk aanwezig. Sommige witte wijnen zijn juist wat meer ingetogen, de volumeknop staat duidelijk wat lager, en hebben een lager smaakgehalte.

De afdronk

De afdronk is het laatste gedeelte bij het wijnproeven, waarbij gelet moet worden op welke smaken en gevoel de wijn heeft achtergelaten nadat deze is doorgeslikt. In het algemeen kan er gezegd worden: hoe langer de afdronk, hoe beter de wijn.

wijn proosten